Werkwijze

Het zand dat zijn oorsprong vindt in de gebergten en tussen de vingers doorglijd is fascinerend als gedachte en een heerlijk gevoel. Stenen hebben me van jongs af aan geboeid. Raapte veelal op waar mijn oog aan bleef hangen en speelde er graag mee.

Een steen kan me pakken door zijn ruwe vorm, hardheid, klank of gewicht, doordat het onbekende mogelijkheden biedt om te gebruiken. Het vraagt inzet en betrokkenheid, maar het is ook kwetsbaar en dwingt respect af.
Het gaan bewerken begint met een aftastend verkennen via het oog of via de handen. Dan een zoekend hakken, kijken en luisteren, terwijl er langzaam een beweging in de steen ontstaat, die naar een bepaald gebaar verwijst. Ben op zoek naar de spanning van dat gebaar. Naar de kracht van vereenvoudiging en abstractie. Terwijl de beitel en de rasp de verborgen toon laten klinken, verbindt al werkende het gebaar zich met een begrip, gevoel of gedachte van dat moment, welke later de titel van het stuk wordt.
 
Het maken van een beeld is een langzaam proces De vorm toont zich uiteindelijk door het samenspel van de beleving tussen hoofd, hart en lichaam. Beginnend zonder voorstelling naar een ‘zo is het goed, hij spreekt zich uit, het is goed zo, je mag er zijn, ook al ben je niet perfect’.
Als cadeau van de steen ontvang ik op het eind van het proces (door het polijsten van het beeld) de verborgen kleur die zich dan pas volledig laat zien.

De steensoorten waarmee ik graag werk zijn albast, serpentijn en de hardere speksteen variëteiten.